Wat als een vriend(in) kanker krijgt: 4 do’s en don’ts

Wanneer een vriend(in) de diagnose kanker krijgt, kan je je weleens onzeker voelen over hoe je het best reageert. Misschien ga je uit schrik om iets verkeerd te zeggen het onderwerp uit de weg. Of je overstelpt je vriend(in) ongevraagd met goedbedoeld advies. Wij geven vanuit onze eigen ervaring enkele tips over wat wél en wat absoluut niet helpt.

Do’s: hier heeft je vriend(in) met kanker echt wat aan 

1. Stuur regelmatig een berichtje. Met een berichtje, mail of telefoontje toon je dat je aan je vriend(in) denkt, dat je meeleeft en dat je er bent voor hem of haar. 

2. Bied concrete, praktische hulp aan. Vang eens de kinderen op na school, ga langs met homemade comfort food, of bied aan om boodschappen te doen. Blijf niet steken in het vrijblijvende zinnetje ‘laat maar weten als ik iets kan doen’, maar onderneem écht actie. 

3. Plan iets leuks om samen te doen. Naar de film, een koffie drinken in de stad, een lunchdate … Een ontspannende uitstap op een goede dag  helpt om de gedachten te verzetten en even uit de mallemolen van de ziekte en behandeling te ontsnappen. 

4. Voer je vriend(in) naar het ziekenhuis of ga mee naar de doktersafspraak. Een behandeling of controle is altijd stressvol. Het kan je vriend(in) geruststellen als je hem of haar begeleidt naar het ziekenhuis. Pols eventueel ook of het zou helpen als je mee binnengaat bij de arts.  

 kanker bij vrienden

Don’ts: wat je beter niet doet als iemand in je vriendenkring kanker krijgt 

1. Negeer de diagnose niet. En ga je vriend(in) zeker niet vermijden omwille van de ziekte. Voel je je zelf onwennig of ongemakkelijk bij het onderwerp, zeg dat dan gewoon. Begin met “Ik weet niet wat ik moet zeggen, maar …” Zo haal je de angel uit het onderwerp. 

2. Geef geen ongevraagd (medisch) advies. Jij bent geen arts, maar een vriend(in). Ook goedbedoelde vergelijkingen met een tante of neefje die ook kanker hebben, helpen je vriend(in) niet verder. Laat de medische kant over aan de professionals. 

3. Behandel je vriend(in) niet anders. Medelijden helpt niemand vooruit. Uiteraard kan je wel begripvoller of attenter zijn in de vriendschap dan normaal. Maar als jullie voorheen de hele tijd met elkaar lachten en spotten, dan moet je dat na de diagnose vooral blijven doen. Achter de ziekte schuilt nog steeds dezelfde persoon. 

4. Minimaliseer de situatie niet. Uiteraard is een positieve kijk beter, maar wuif de angsten en bezorgdheden van je vriend(in) niet zomaar weg. Luister écht naar wat hem of haar bezighoudt en toon vooral begrip.

 

overview